Opleidingen

Een volledige opleiding omvat :

De theoretische lessen

Het aanleren van de theoretische basiskennis, nodig om later veilig te kunnen duiken. Deze lessen omvatten : CPR en redding, gebruik van de duikcomputer, het duikmateriaal, natuurkundige beginselen, kennis van navigatie, fauna en flora, decompressieduiken, reglementering, nitrox –duiken, …“

De zwembadtraining

In de wekelijkse zwembadtrainingen worden de basistechnieken en het gebruik van het duikmateriaal (duikflessen, ademautomaat en reddingsvest) aangeleerd. Dit gebeurd door zorgvuldig opgebouwde oefeningen.

Tevens wordt de lichamelijke conditie er opgebouwd en onderhouden.

Het duiken in “open water”

Daar draait alles om : het eigenlijke duiken
Na het volgen van de theorielessen, het afleggen van enkele proeven in het zwembad en vijf openwaterduiken met een instructeur ontvangt de kandidaat duiker het CMAS 1* brevet.
Vanaf nu kan de kandidaat duiken in open water onder leiding van een ervaren assistent anstructeur en instructeur.

Onze opleidingen worden gegeven door een team van ervaren instructeurs en assistent instructeurs.

Later kan de kandidaat zich verder opleiden tot 2* 3* duiker en instructeur.

1* Duiker

Een duiker die bekwaam is om veilig en correct gebruik te maken van zijn duikuitrusting in een beschermde  trainingsomgeving en die klaar is om openwater ervaring op te doen, begeleid door een ervaren duiker. Hij  moet kunnen functioneren volgens het buddy‐systeem van de CMAS. 

2* Duiker

Een 2* Duiker:

  • heeft enige onderwater ervaring opgedaan
  • kan manifeste duikongevallen herkennen en er adequaat op te reageren;
  • is in staat onder leiding van een ervaren duiker alle recreatieve duiken uit te voeren, hij moet  kunnen functioneren volgens het buddy‐systeem van de CMAS
  • kan als duikleider fungeren bij eenvoudige duiken. 

3* Duiker

Een 3* Duiker:Moet in staat zijn ‘zelfstandig’ te duiken.

  • Is in staat duiken te leiden die geen uitzonderlijke moeilijkheidsgraad hebben (bijv. geen duiken  met volslagen beginnelingen, …).
  • Hierbij moet hij alle veiligheidsmaatregelen kunnen treffen, alle duikongevallen kunnen herken‐ nen en er gepast op kunnen reageren

Assistent Instructeur

Een Assistent Instructeur moet in staat zijn ‘zelfstandig’ te duiken.

  • Moet in staat zijn duiken te leiden in alle wateren die courant bezocht worden door Belgische  duikers.
  • Hij moet in staat zijn beginnende of onervaren duikers te begeleiden en tevens onder de verant‐ woordelijkheid van instructeurs bepaalde taken van deze laatste over te nemen.
  • Hij moet alle veiligheidsmaatregelen kunnen treffen, alle duikongevallen kunnen herkennen en  er gepast op kunnen reageren.
  • Kan zelfstandig instaan voor de opleiding theorie en zwembad van 1*D.
  • Kan zelfstandig opleidingsduiken 1*D uitvoeren.

Instructeur 1*

Instructeur 1*

Door het volgen van deze opleiding leert de kandidaat (naast de algemene doelstellingen en de doelstellin‐ gen van de voorgaande opleidingsniveaus):

  • Administratief en organisatorisch een duikschool leiden.
  • In te staan voor de opleiding van 1*Duikers (1* tot en met Assistent‐Instructeur/Initiator) zowel  theoretisch als praktisch.
  • Proeven af te nemen (theorie, zwembad en open water) volgens de bevoegdheden vermeld in  de opleidingsprotocols.
  • De volledige organisatie van een clubduik in al zijn facetten op zich te nemen.
  • De in de opleidingsprotocols beschreven delegaties te kunnen uitvoeren.

Onze club kan ook Rebreather opleidingen verzorgen:

CCR-D-A

Een CCR-D-A Duiker is een duiker met de bevoegdheid om tot een diepte van 40 m te duiken tijdens zijn opleiding en tot een diepte van 50 m na zijn homologatie met zijn rebreather waarbij als diluent lucht of nitrox wordt gebruikt. Hij maakt daarbij gebruik van specifiek materiaal (o.a. rebreather), gassen (o.a. zuurstof) en procedures binnen het kader opgelegd door het Veiligheidsreglement CCR-D-A.

CCR-D-NTx

Definitie CCR-D-NTx Duiker Een CCR-D-NTx Duiker is een duiker met de bevoegdheid om tot een diepte van 50 m te duiken tijdens zijn opleiding. Na zijn opleiding als normoxic rebreather duiker blijft de maximale diepte beperkt tot 50 m en wordt verboden de maximumdiepte, opgelegd door de fabrikant, te overschrijden. Hij maakt daarbij gebruik van specifiek materiaal (o.a. een rebreather), gassen (o.a. zuurstof) en procedures binnen het kader opgelegd door het Veiligheidsreglement CCR-D-NTx.

CCR-D-Tx

Een CCR-D-Tx Duiker is een duiker met de bevoegdheid om tot een diepte van 100 m te duiken tijdens zijn opleiding. Na zijn opleiding als trimix rebreather duiker wordt aangeraden om de diepte te beperken tot 120 m en wordt verboden de maximumdiepte, opgelegd door de fabrikant, te overschrijden. Hij maakt daarbij gebruik van specifiek materiaal (o.a. een rebreather), gassen (o.a. zuurstof) en procedures binnen het kader opgelegd door het Veiligheidsreglement CCR-D-Tx.


X
X
X